Care4MS

Wat is MS?

De chronische ziekte multiple sclerose (MS) is een aandoening van je centraal zenuwstelsel (CZS). Het centraal zenuwstelsel bestaat uit de hersenen, het ruggenmerg en de oogzenuwen. ‘Multiple’ betekent ‘veelvuldige’ en ‘sclerosis’ betekent ‘verhardingen’.

Het afweersysteem en het centraal zenuwstelsel spelen een belangrijke rol in het ziektebeeld. Bij MS is het afweersysteem ontregeld. Het afweersysteem valt namelijk de eigen gezonde beschermlaag van de zenuwen aan, de myeline. De myeline laag en de zenuwen kunnen beschadigd raken waardoor verhardingen ontstaan. De verhardingen zijn littekens in het centraal zenuwstelsel die achterblijven na dit ontstekingsproces. Als gevolg van littekens en de beschadigingen werken bepaalde zenuwbanen minder goed en worden informatie en opdrachten van of naar de hersenen, zoals bijvoorbeeld het optillen van een kopje thee of gewoon een stukje lopen, niet goed uitgevoerd. Alledaagse activiteiten gaan daarom moeizamer dan je zou willen.

Wat gebeurt er bij MS?

De eerste ziekteverschijnselen doen zich gewoonlijk voor tussen het twintigste en veertigste levensjaar, maar ook kinderen kunnen MS krijgen. MS komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. De ziekte kent vaak een grillig verloop en kan gepaard gaan met aanvallen die zich later weer (grotendeels) herstellen. Dit noemt men relapsing-remitting MS (RRMS).

Wat is de oorzaak van MS?

Ondanks dat er wereldwijd enorm veel wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan naar MS, is de precieze oorzaak van MS nog niet bekend. Algemeen wordt aangenomen dat MS ontstaat door een combinatie van veel verschillende factoren, zoals omgevings- en genetische factoren en leefstijl.

De frequentie waarin de ziekte voorkomt verschilt per land en bevolkingsgroep. In Nederland hebben meer dan 17.000 mensen MS; ongeveer 1 per 1.000. MS komt niet of nauwelijks voor in landen dichter bij de evenaar.

Bekend is dat MS in geringe mate erfelijk wordt bepaald. Familieleden van mensen met MS hebben een licht verhoogde kans op het krijgen van MS.

Welke vormen van MS zijn er?

Geen enkele persoon heeft dezelfde klachten bij MS. Toch kan MS ingedeeld worden in verschillende vormen.

Klinisch geïsoleerd syndroom (CIS)

Deze vorm van MS wordt ook vaak CIS (Clinically Isolated Syndrome) genoemd. Bij dit syndroom heeft er één aanval plaatsgevonden, waarbij is vastgesteld dat op één of meerdere plekken in het centraal zenuwstelsel de myeline en/of zenuwbanen zijn aangedaan.



Relapsing-remitting MS

Relapsing-remitting MS is de meest voorkomende vorm van MS. Ongeveer 80% van de mensen met MS is hiermee als eerst gediagnosticeerd. RRMS gaat gepaard met ontstekingsaanvallen, ook wel schubs of relapses genoemd, die niet te voorspellen zijn. Bij zo’n aanval ontstaan nieuwe klachten, die minstens 24 uur aanhouden. Dit kan een paar dagen duren maar ook weken en in het slechtste geval een paar maanden aanhouden. Na een aanval, ook wel schub, relapse, exacerbatie of terugval genoemd, kunnen de klachten verdwijnen. Of dit herstel volledig is of niet, is niet te voorspellen. Tussen deze aanvallen blijft de ziekte stabiel en ga je niet achteruit. Dit noemen we remissie.

Wanneer er veel tijd zit tussen de aanvallen, wordt ook wel gesproken over milde/benigne MS. Door de lage frequentie van aanvallen komt bij deze mensen minder achteruitgang voor. Ongeveer 10% van alle mensen met MS heeft deze vorm.

Secundair progressieve MS

Relapsing-remitting MS kan zich in de loop van de tijd ontwikkelen tot secundair progressieve MS (SPMS). Secundair progressieve MS houdt in dat de herstelmomenten, die volgen na de aanvalsperioden bij RRMS, minder of helemaal niet meer plaatsvinden. De myelinelaag wordt niet meer (volledig) hersteld. Een geleidelijke verslechtering is het gevolg.

Primair progressieve MS

Bij Primair Progressief-relapsing MS (PPMS) treedt er een geleidelijke afname van lichaamsfuncties op. Er zijn geen aanval- en herstelperiodes.

Progressieve relapse MS

Deze vorm is een combinatie van relapsing-remitting MS en progressieve MS. Het ziektebeeld bestaat uit aanvallen, waarbij geleidelijke achteruitgang plaatsvindt. Deze vorm komt het minst voor.